Buffalo MK IV Kotem

LVT Buffalo amphibian Mark IV - Bouwjaar 1944 - 16,5 ton - L : 7.95 m - Br : 3,25 m - H : 2,49 m - Snelheid 32 km/u op de weg, 12 km/u in het water (2006-03-19).

De Buffalo MK IV Van Kotem (Maasmechelen) is terug op zijn sokkel geplaatst sinds 2007-11-09, dit was al aangekondigd door de pers dat die voor wapenstilstand (WO I) op 11 november terug zou zijn.  Wij volgden al geruime tijd de evolutie, maar de laatste week zijn we er intensief mee bezig geweest. Bijna elke dag gingen wij naar de firma Maatwerk, die trouwens met de meeste zorg dit oorlogsmonument van de Tweede Wereldoorlog gerestaureerd hebben. Door de uitstekende coördinatie van het Belgische Leger (ABL – Dit is de tweetalige afkorting) en de gemeente Maasmechelen is dit alles zeer vlot verlopen, en was de Buffalo tijdig klaar.  Wij volgden het ABL tijdens heel de operatie, vanaf de ophaling bij maatwerk, het vervoer naar Kotem en tenslotte de plaatsing op de nieuwe sokkel die er voorzien was voor het monument. De evolutie van de restauratie kan u in de diapresentatie zien hieronder. Mits Ann (PR) van onze website op geen tien minuutjes van het monument verblijft, hebben wij ook besloten dit monument als logo te gaan gebruiken in de toekomst.

De foto hierboven en deze van hieronder zijn er van voor de restauratie, nadien kan u de foto’s bewonderen van het resultaat na de restauratie.

Gevonden door de duikersclub Jaws op 5 juni 1977. Eerste berging : Firma Bemong en Firma Driessen - Eerste herstelling : Scheepswerven St - Barbara, Maasmechelen. (2006-03-19).


Wij danken ook de mensen die ons mogelijk hebben gemaakt de hele operatie te mogen volgen dit zijn onder andere de Toeristische Dienst van de gemeente Maasmechelen, het Belgische leger, en in het bijzonder afdeling Genie van Burcht en de Logistiek van Zutendaal, Majoor Patrick Janssen stuurden ons de laatste details in verband met de terugplaatsing. De politie van de zone Maasmechelen heeft dan ook gezorgd voor de begeleiding van het transport. Ook de VZW Maatwerk waar wij vanaf het eerste contact zeer vriendelijk onthaald werden. De vriendkring van de Buffalo mogen wij zeker niet vergeten, sergeant-majoor Warson heeft ons tijdens de operatie voorzien van zeer nuttige commentaar. Privé personen waar wij ook informatie van gekregen hebben willen wij ook nog bedanken voor de leuke voormiddag.

Het Team van VZW Maatwerk dat gezorgd heeft voor het prachtig resultaat.

Tweede herstelling : Maatwerk VZW - Maasmechelen - Tweede Berging : Logistiek Zutendaal (ABL) en 11 Genie Bat. uit Burcht (2007-11-09).

Er staat nu ook een informatiebord bij het monument om een kort overzicht van de Buffalo te schetsen. De tekst hebben wij voor u overgenomen:
“Boeiend is het verhaal van de herontdekking van het amfibievoertuig in 1977, tweeëndertig jaar na de feiten. Op aanwijzingen van Jeanne Geens vonden de leden van de duikersclub Jaws de tank terug op de plaats waar hij was gezonken. Omdat hij eigenlijk naar de Nederlandse kant was afgedreven, werd hij haastig en in het geniep naar de Belgische kant getrokken om ze dan te bergen en te restaureren. Op zaterdag 3 september 1977 organiseerde Kotem eenmalig de tankfeesten en werd het herstelde voertuig op de sokkel aan de E314 geplaatst. De enige bekende overlevende van toen, John Shearer, was aanwezig en bezocht de mensen die hem tijdens de oorlog zo goed hadden opgevangen.


Nadat de Buffalo was geborgen en opgekalefaterd, hield Kotem de “ Tankfeesten” boven de doopvont. Tijdens het weekend van 3 en 4 september 1977 verkeerde het dorp in de uitgelaten sfeer van de bevrijdingsdagen. Op de viering waren ook oorspronkelijk bemanningslid John Shearer en John Harding, de broer van Philip, aanwezig.
Precies 30 jaar later, 4 september 2007, werd het amfibievoertuig met hulp van het Belgische Leger van de sokkel gelicht voor een tweede restauratiebeurt. Bij de tweede berging was Alastair Shearer uit Aberdeen, de zoon van John, aanwezig. Op 11 november 2007, de herdenkingsdag van de Grote Oorlog, werd de Buffalo opnieuw ingehuldigd.

De oude infoplaat op de tank nu vervangen door het infobord (2006-03-19).


John Shearer beschrijft in een brief zijn verblijf in Kotem en het tragische ongeval met de buffalo.

<<Ik herinnerde me dat we aankwamen in Kotem in januari 1945 na doorbraak in de Ardennen. Ons voornaamste doel was alles te leren over de Buffalo en te trainen voor de komende Rijnovertocht. We waren ondergebracht bij de ouders van Mathieu en Josee Janssen waar we op de vloer in de keuken sliepen. De maas was uit haar oevers getreden en we moesten een bootje gebruiken om aan het schoolgebouw te geraken, waar onze maaltijden werden opgediend. Het trainingsprogramma was topgeheim en zeer strikt. Het waren lange uren vooraleer we erin slaagde de Tank van de ene oever van de Maas op de andere oever te brengen. Het kostte ons veel tijd omdat de Buffalo totaal nieuw was voor ons. Een nachtoefening resulteerde in een tragisch feit, daar deze training de dood van mijn beste vriend Phil Harding en onze chauffeur Jimmy Clark tot gevolg had.
Toen we probeerde onze tank op de oever te krijgen weigerde de motor en gleden we terug in de gezwollen rivier, ik hoorde een geknars, vermoedelijk raakte we onder water een voorwerp en dit scheurde de bodem van onze tank. Het water stroomde binnen. We bleven nog een tijdje drijven maar dan zonk de Buffalo. Twee van ons speelden het klaar uit de tank te geraken. Van de andere twee wisten niets, tot dat enige tijd later het lichaam van Phil Harding werd gevonden. Van de Welshman Jimmy clark hoorden wij nooit nog iets.
De mensen waren behaaglijk en vriendelijk en los van deze tragedie beleefden wij een genietbare tijd in Kotem.>>


Op zijn minst mysterieus is het verhaal van de vier inzittenden. De Buffalo’s telden een vierkoppige bemanning. In dit geval Stanley Clark, de bestuurder, John Shearer, de radioman, Philip Harding de co-piloot en schutter en een zekere Jimmy. Die werd Hocus-Pocus genoemd omdat hij een knappe kaartenillusionist was. Het is enigszins te begrijpen dat de bemanningsleden elkaar niet allemaal even goed met hun familienaam kenden omdat de brigade een amalgaam was van nieuwe rekruten en veteranen die met Montgomery in Afrika hadden gevochten. Bij het ongeval slaagden John Shearer en Jimmy veilig uit de kolkende Maas te geraken. Het lichaam van Philip Harding, een apothekerszoon uit Aberdeen, spoelde drie weken later aan op de oever en werd begraven in Hasselt op het Kruisveldkerkhof, Stanley Clark, een melkboer uit Swinton, werd nooit teruggevonden en werd als vermist opgegeven. Zijn naam staat gebeiteld in het oorlogsmonument van Groesbeek in Nederland. En wat gebeurde met Jimmy Hocus-Pocus? “God only knows” zouden de Engelsen zeggen.

Tekst van het infobord: Erik Kortleven (Schepen van Toerisme Maasmechelen)

Oost - West --- Thuis Best 2007-11-09 -- 11.30 uur -- Het mag gezien worden.

Iedereen een dikke proficiat

 

© http://www.wereldoorlog.be